Liesa

Liesa (23) is lerares in het kunstonderwijs en had twee jaar geleden een zware depressie, door verschillende aanleidingen. “Er waren moeilijkheden in mijn familie, er was veel ruzie en veel verbale agressie. Nadat ik een vriend ben verloren, voelde ik me heel alleen, en ik was heel angstig. Dat jaar was eigenlijk getekend door verlatingsangst.” Liesa kon via het CLB terecht bij een psycholoog voor enkele korte sessies, maar daar hield ze snel mee op. “Ik schaamde mij dat ik bij een psycholoog ging, dus ik heb heel snel, te snel, gezegd dat ik me beter voelde en dat het niet meer nodig was.” Daardoor bleven de gesprekken aan de oppervlakte en werd haar probleem niet echt aangepakt.

Toen de zomer aanbrak, voelde Liesa zich opnieuw heel slecht. Door veel verschillende projecten aan te nemen, kwam er veel druk op Liesa’s schouders te liggen, en dat maakte haar onzeker. “Ik voelde mij niet goed in mijn vel, ik was vrij onstabiel, en op dat moment liep ook mijn vierjarige relatie spaak.” In die periode kwam dat extra hard aan voor Liesa. “Ik voelde mij al maanden raar, anders dan de rest. Dat mijn vriend het toen niet meer zag zitten, bevestigde al mijn twijfels.”


“Ik schaamde mij dat ik bij een psycholoog ging, dus ik heb heel snel, te snel, gezegd dat ik me beter voelde en dat het niet meer nodig was.”


Daarop volgde een lastige periode. “Vanaf dan ben ik in een patroon gerold waar ik bijna niet meer at, waar ik me niet meer waste, niet meer sliep, en alleen nog maar kon huilen.” Dat was niet enkel zwaar voor Liesa zelf, maar ook voor haar gezin. “Ik voelde mij een last voor iedereen rondom mij. Dat woog op mijn familie en dat voelde ik.” Haar mama is tijdens de depressie altijd haar grootste steun geweest, en voor Liesa was het zwaarste moment dan ook toen ze voelde dat het voor haar mama niet meer ging.

Dat was een kantelpunt, weet Liesa nog. “Ik ben weggelopen en beginnen wandelen zonder doel, ik wist helemaal niet wat ik aan het doen was. Maar iedereen voelde dat het zo niet meer kon.” Ook Isabelle, de mama van Liesa, herinnert zich dat moment nog goed. “Ze moest hulp gaan zoeken van mij, want ik werd bang. Daardoor verloor ik de controle en werd ik boos op haar. Dat was niet de goede manier om te reageren op dat moment, maar ik kon niet anders.” Ook Liesa merkte toen dat ze bang was geworden van zichzelf.

Gelukkig kwam de uitweg er snel. Die avond nog is Liesa met haar ouders naar de huisarts geweest, waar ze haar verhaal deed. Die schreef onmiddellijk medicatie voor, maar de belangrijkste steun voor Liesa waren haar ouders die op dat moment aan haar zijde zaten. Het gevoel dat haar ouders haar steunden, was cruciaal, benadrukt Liesa. In het begin was haar mama haar steun en toeverlaat, maar eens duidelijk werd dat ze echt depressief was, veranderde de houding van haar papa en zus ook. “Ik voelde dat zij me ook probeerden te steunen en accepteerden wat ik voelde, en dat is ook van niet te onderschatten waarde geweest.”



De steun van familie of vrienden is belangrijk, maar uiteindelijk kun alleen jij iets veranderen aan hoe je je voelt. “In het begin zei ik altijd tegen mijn psycholoog dat ik iemand nodig had die mij eruit trok, maar het moet uit jezelf komen. Je moet opnieuw leren om het positieve te zien.” Een van de trucjes die Liesa daarvoor leerde van haar psycholoog, was om een emotiedagboek bij te houden. Het is een manier om stil te staan bij je gevoelens in plaats van ze weg te duwen, en dat heeft veel meer effect dan wanneer anderen je situatie proberen te analyseren. Zo kun je ook de intensieve emotiegolven kalmeren en voel je vanzelf dat elke emotie overgaat.

Daarvoor had Liesa nog maar weinig laten zien van haar moedeloze gevoelens, want ze wilde niet toegeven dat het niet goed ging met haar. “Dat komt door mijn perfectionisme”, vertelt ze. “Mensen bewonderden mij, en ik wilde dat ze dat beeld konden behouden, het beeld van de vrolijke, opgewekte Liesa.” Dus verborg ze angstvallig haar problemen. Ook sociale media speelden haar parten op dat moment, die bevestigden haar gevoel dat ze de vreemde eend in de bijt was. “Ik vergeleek mezelf de hele tijd met alles en iedereen dat ik online zag. Iedereen is zo gelukkig, waarom ik niet?”

“De steun van familie of vrienden is belangrijk, maar uiteindelijk kun alleen jij iets veranderen aan hoe je je voelt.”

Liesa voelde ook druk van de samenleving om gelukkig te zijn op haar schouders wegen. Zo werd het heel moeilijk om eerlijk te zijn. Een moment van die periode zal Liesa altijd bijblijven. “Er was één vriend, niet eens een van mijn allerbeste vrienden, maar gewoon iemand die me bij mijn schouders nam, vlak nadat ik beslist had te vertrekken van een verjaardagsfeestje omdat ik de hele tijd zat te huilen, en hij zei dat ik moest blijven buiten komen. Dat het niet erg was als ik de hele avond zou huilen. Wij willen je blijven zien en het maakt niet uit of je nu blij of verdrietig bent. Maar kom los van je huis en durf buiten te komen, dat zei hij. En die avond ben ik gebleven. Dat gesprek van amper vijf minuten in de gang van het jeugdhuis maakte voor mij een wereld van verschil.” Liesa mocht namelijk zijn wie ze was op dat moment, en dat was verdrietig. Ze hoefde niet te doen alsof. “Ik mocht er zijn met al mijn gevoelens en gedachten. Zo vond ik beetje bij beetje mijn glimlach terug.”

Tegenwoordig kan Liesa opener zijn. “Als mensen mij nu vragen hoe het gaat, antwoord ik eerlijk. En dat vind ik positief.” Iemand vragen hoe het gaat, is vandaag meer een begroeting dan een oprechte vraag, en dat wil Liesa graag anders zien. “Als je die vraag stelt, moet je ook het antwoord accepteren en niet ongemakkelijk wegkijken. In onze maatschappij moeten mensen leren omgaan met dat antwoord, “het gaat eigenlijk niet zo goed”, en dat ook niet als iets vreemds zien. Het kan gewoonweg niet altijd goed gaan. Zouden we de maatschappij daarin kunnen veranderen? Hopelijk wel.”





Hoor Liesa bezig over: